Financiering

Algemeen

De paragraaf financiering heeft betrekking op de treasuryfunctie van de gemeente. De treasury is een belangrijk aandachtsveld in het financiële beleid en – beheer van een gemeente en krijgt steeds meer bestuurlijke betekenis. De taken zijn hierbij als volgt verdeeld.

De gemeenteraad

De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende functie. Voor de gemeenteraad betekent een controlerende functie dat zij zich bewust is van de kritische vragen die men kan of moet stellen. Daarnaast bepaalt de raad binnen de wet- en regelgeving de kaders van de financieringsfunctie. De raad stelt het financiële beheer in en legt de richting van de financiële organisatie vast in de financiële verordening.

College van B&W

Het college van B&W gaat over de hoofdlijnen van de dagelijkse treasurypraktijk. Het college heeft de taak de treasury beleidsmatig in te kaderen. Verder bepaalt het college welke risico’s acceptabel zijn, mede in relatie tot het risicokader dat binnen de wetgeving wordt gegeven.

“Treasury” binnen de ambtelijke organisatie

De treasury binnen de ambtelijke organisatie gaat over de beheersmatige en dagelijkse uitvoering van het treasurybeleid binnen de kaders van de gemeenteraad en de kaders en mandaten van B&W.

Samenvatting

Het gemeentebestuur moet zorgen voor een verantwoorde en adequate inrichting van de treasury, evenals voor het scheppen van voorwaarden om deze te kunnen uitvoeren. De treasuryfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn voor de uitvoering van het beleid uit de programma’s. Daarnaast wordt geld dat niet direct nodig is, uitgezet. De raad heeft in dit proces een kaderstellende en controlerende rol.

Wat willen we bereiken?

  •  

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.

  •  

Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s.

  •  

Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

  •  

Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Wat doen we hiervoor?

Algemeen

De Wet financiering decentrale overheden (fido) bevat instrumenten die de risico’s beperken die gemeenten lopen bij lenen en beleggen. De Wet Fido is eind 2013 aangepast in verband met de Wet Verplicht schatkistbankieren. Dit betekent dat decentrale overheden (o.a. gemeenten) voortaan verplicht zijn om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden.

Schatkistbankieren

Voor decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij banken en instellingen buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.
Naast schatkistbankieren is het binnen de bestaande regelgeving echter mogelijk om als openbaar lichaam liquide middelen in de vorm van leningen uit te zetten bij andere openbare lichamen, met dien verstande dat openbare lichamen geen leningen kunnen verstrekken aan openbare lichamen ten aanzien waarvan zij met het financiële toezicht zijn belast.

Risicobeheer

De belangrijkste algemene financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn
koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate
deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze
risico’s beheerst.

Hoofdstukken